Nakomen bij Van Velden

Laatste dag voor de voorjaarsvakantie. De zon scheen fel en zonder wind leek het net zomer, wat de temperatuur hoog deed oplopen op de bovenste verdieping van het schoolgebouw waar ik. Hier zat ik dan, in mijn eentje na te komen terwijl mijn vrienden of aan het zwemmen waren of van hun vakantie genoten op een terrasje. Waarom kon ik mijn mond niet gewoon houden? Ik wist dat van Velden de pik op mij had: ik had een hekel aan wiskunde en mijn brutale opmerkingen waren een bron van onrust in de klas. Van Velden liet mij regelmatig even zitten na de les om mij te vermanen, waarna ik altijd weg mocht. Nu had hij mij eerst laten wachten tot kwart over vier, vroeger was hij immers niet klaar met een lerarenvergadering. Het zou wel een flinke vermaning worden, dacht ik. Daar zou ik gelijk in krijgen.

Van Velden was furieus en het leek alsof mijn druppel de emmer had doen overlopen. Met tegenzin keek ik hem af en toe in de ogen om daarna naar mijn voeten te staren, af en toe semi-geïnteresseerd ‘ja’ brommend. Eerst leek mijn opstelling hem nog furieuzer te maken, maar om zichzelf te sparen haalde hij eerst koffie en kwam de rust zelve terug. In plaats van achter zijn bureau ging hij op een tafeltje achter mij zitten. Ik draaide half op mijn stoel en merkte dat ik mij niet echt op mijn gemak voelde met mijn wiskundeleraar zo dichtbij.
‘Je bent toch gelovig?’ vroeg hij oprecht geïnteresseerd.
‘Mwja, ik ga naar de kerk en zo.’ Hij wist dat ik niet ‘vol van Christus’ was zoals sommige meiden in mijn klas. Ik was echter niet zoals de meesten die wel geloofden maar alles wat God verboden had. Wel, ik deed alles wat God had verboden, maar geloofde niet in hem.
‘Maar als je dan niet zo gelovig bent, waarom zit je dan altijd grappen te maken over homo’s?’ Mijn hart sloeg twee slagen over: of dit door ‘niet gelovig’ of ‘homo’s’ kwam. Ik hoorde mijzelf stotteren.
‘Ik…ik… bedoel het niet zo…Het zijn gewoon grappen, meneer.’
‘Als je op een gereformeerde school zit moet je de verleiding van de duivel serieus nemen.’
‘Nou, het lijkt niet alsof u moeite heeft met die verleiding.’ Wat zei ik nu?
‘Wát?’
‘Als ik u weleens naar jongens uit mijn klas zie kijken, zie ik het wel’
‘Het?’
‘U weet wel,’ mijn hart klopte in mijn keel en zweet druppelde langs mijn slaap, ‘verlangen.’
Nu zou de klap komen, dacht ik. Ik was te ver gegaan. Geenszins! Van Velden was ongewoon beheerst en tot mijn ontzetting bloosde hij zelfs.
‘Ach, jij weet niet hoe moeilijk het is om als zwart schaapje in de kudde te lopen.’ De tederheid zijner woorden ontroerde mij. ‘Als hetero is het heel makkelijk af te geven op homoseksuelen,’ vervolgde de leraar, ‘maar je weet niet wat voor pijn je anderen aandoet’. Nou moet ik opmerken dat hij deze woorden niet in de jaren vijftig maar dit jaar uitsprak, niet op een openbare school maar een zwaar christelijke, waar homoseksualiteit taboe is. Eigenlijk moest ik – van zowel de kerk als mijzelf – een afkeer voelen voor van Velden, maar het wond mij juist op, stiekem en overwachts als het is. Ik besloot mee te spelen in zijn spel.
‘Heeft u dan wel eens… het gedaan’ vroeg ik, de bal aftrappend.
‘Met een man? Natuurlijk. Jij dan?’
‘Neuh…nog niet, in ieder geval’ zei ik met humor.
‘In dat geval…’

Voor ik het goed en wel besefte had van Velden zijn broek losgeknoopt en zijn half stijve lul bevrijd. ‘Meneer van Velden, wat doet u nu!’ zei ik. Het voelde alsof de controle over mijn lichaam overgenomen werd door iets, door verlangen, door opwinding. Ik nam zijn lul in mijn hand, de warmte en kloppingen ervan voelend. Met enige aarzeling bewoog ik mijn hoofd naar zijn eikel toe en voelde zijn hand mijn achterhoofd omsluiten, het naar zijn lul toebrengend. Zijn voorhuid schoof ik naar achter en liet de nog steeds half stijve lul naar binnen glijden. ‘Jaaa, heerlijk…zuig en lik maar die eikel’ zei van Velden met een hijgerige stem. Ik voelde hem stijf worden en al snel drukte zijn eikel tegen mijn gehemelte, een keiharde staaf met een niet geringe lengte. Eerst was ik voorzichtig en onbekend met deze situatie, maar al doende leerde ik en nam ik al snel meer dan de helft van zijn lul in mijn mond, zuigend en met mijn tong hem tot grote hoogtes drijvend. Zijn gekerm en zware adem logen er niet om, hij genoot intens. ‘Oh God, wat een heerlijkheid.’ Ik voelde zijn staaf trillen en hij jankte half ‘ik ga komen, ik ga komen!’. Voordat ik mijn hoofd kon terugtrekken spoot hij zijn golven zaad in mijn keel, het hoofd naar achter gooiend en een kerm uitlatend die hij met moeite binnensmonds kon houden. ‘God, dat dit je eerste keer is’ zei hij hijgend terwijl ik zijn lul uit mijn mond nam. Ik merkte toen pas dat mijn hart tekeer ging als een mitrailleur en mijn huid gloeiend warm was. Als een bezetene kuste ik hem, mijn tong naar binnen glijdend op dezelfde manier als zijn lul mijn mond gevuld had. Met een grote handigheid ontdeed hij mij van mijn riem, knoopte mijn broek los en bevrijdde mijn keiharde lul. Overal waren zijn handen: ze omvatten mijn billen, streken over mijn rug en omsloten mijn staaf. Zijn borst voelde breed en behaard, zijn billen gespierd en zijn armen als sterke kabels. Het was liefde, passie zoals ik nog nooit had gevoeld. We streken neer op een lange tafel en ontdeden elkaar van onze kleren, zodat we helemaal naakt waren.

De overwinnaar lag bovenop mij, maar overwonnen zou ik veroveren. ‘Pijp me’ commandeerde ik. Hij daalde af naar mijn middel en begon me te plagen met kleine likjes over mijn eikel en door mijn balzak uitvoerig te zuigen. Ik merkte nu dat ik zelf gromde en kermde van opwinding. Als een meester nam ik mijn slaaf zijn kin in de hand, ging rechtop zitten en leidde mijn genotstaaf zijn mond in. God bestond, wist ik toen: zo’n genot kon niet anders dan goddelijk zijn. Of God heette meneer van Velden, wiens tong mijn eikel zowat deed barsten van hardheid en mijn hoofd licht liet worden. Dit was veruit lekkerder dan de twee vriendinnetjes die mij hiervoor hadden gepijpt bij elkaar. Zij wisten hem snel naar zijn hoogtepunt te brengen, maar toch wisten ze moeilijk wat ze aanmoesten met zo’n lul en bleef het bij onhandigheid en half werk. Nee, dan mijn wiskundeleraar. Die zoog de sterren van de hemel, met zijn tong teder mijn eikel likkend om dan weer razendsnel op en neer te gaan met zijn hoofd. ‘Jaa, daar, zuig maar…ahh, heerlijk…’ meer kon ik niet uitspreken, het liefste zou ik het uitschreeuwen van genot. Toen hij met zijn hand mijn balzak begon te kneden leek het alsof mijn zaad ‘loskwam’, want al snel voelde ik mijn hoogtepunt komen en spoot met ferme stralen mijn zaad in zijn keel. God, het leek wel alsof ik een stier was, zoveel kwam eruit. Even zag ik zwarte vlekken en ging achterover liggen om niet flauw te vallen terwijl hij de laatste resten zaad uit mijn lul zoog.

Voldaan kwam hij naast mij liggen, met zijn handen over mijn borst strelend en mijn teder kussend in de nek. ‘Mijn Achilles…je bent een natuurtalent’ fluisterde hij. ‘Je bent een god, Patroclus’ zei ik vol overtuiging. Zo lagen wij daar, elkaar kussend en liefkozend, tot we beseften dat de school gewoon open was en de conciërge straks om vijf uur de lokalen zou sluiten. Rap kleedden we ons weer aan en na mezelf te gefatsoeneerd te hebben verliet ik het lokaal, echter niet na een lange tongzoen van mijn geliefde. Op weg naar de uitgang kwam liep ik langs het kantoor van de conciërge. ‘En, de wind van voren gekregen?’ vroeg hij, de reputatie van van Velden kennend. Ik lachte en antwoordde. ‘Echt wel, ik heb het zeker van voren gekregen!’

Geef een reactie